Gedichten

ARTI DELFLANDIAE

kunst van midden-delfland


Home ] Up ] Nieuws ] Openingsweekend ] Verslag Zeilrace ] De Week ] Programma ] Kort Programma ] Concert ] Zeilrace ] Tentoonstellingen ] Lezingen ] Orgeltrappen ] [ Gedichten ] Persbericht ] Deelnemers ] Sponsors ] Informatie ] Colofon ]

Windgedichten

DE WIND

Het waait, het waait – en over de grond,
Zwieren de blaadjes, en tollen ze rond,
De wind joeg ze weg van hun takken.
Hij loopt ze na- maar ze zijn hem te vlug
Dan keert hij om – maar dan lopen ze terug
En hij kan ze – hij kan ze niet pakken!

Nu gaan ze weer hoog in de blauwe lucht,
Als vogeltjes die in een hele vlucht,
Maar stijgen en stijgen en stijgen.
Ik loop ze na – maar ze zijn te vlug
Ze dwarrelen weg – maar ze lopen weer terug
En ik kan ze - ik kan ze niet krijgen.

Uit het ‘Bloemenhuis’ van Rie Cramer

DE WIND

Je blies de vliegers in de lucht
Je joeg de vogels in hun vlucht
Geluid was overal in ’t rond
Als vrouwenrokken langs de grond
O wind je blaast dagenlang
O wind je zingt je luid gezang.

Nog veel meer deed je bovendien
Alleen jou zelf kon ik niet zien
Ik voelde je duwen, ik voelde je trekken
Maar zelf kon ik je niet ontdekken
O wind je blaast al dagenlang
O wind je zingt je luid gezang.

O jij, je bent zo sterk en koud
O blazer, ben je jong of oud?
Ben jij een beest van bos en hei?
Of slechts een sterker kind dan wij?
O wind je blaast al dagenlang
O wind je zingt je luid gezang.

Van Robert Louis Stevenson

Het molentje wou niet draaien

Zeg es, zei het molentje, ik kan vandaag niet draaien!
Ik heb al lang genoeg gedraaid, nu hou ik maar ’s op
Ome wind mag blazen en ome wind mag draaien…
Ik ga met vakantie en ik zet mijn wieken op.

Ja maar, zei de molenaar, dan kan ik ook niet malen,
Want als het molentje niet draait, dan zit ik met mijn graan!
Zeg es, zei de molenaar, ik ga mijn koffer halen!
Ik ga met vakantie naar mijn oude tante Sjaan.

Ja maar zei de bakkersbaas, dan kan ik ook niet bakken,
Want als de molenaar niet maalt, dan is er ook geen meel!
Zeg es bakkersbaas, ik ga mijn koffer pakken!
Ik ga met vakantie naar mijn oude tante Neel.

Maar wie toen om het hoekje kwam?
Dat was moeder Wim-Wam!
Moeder Wim-Wam was heel kribbig
En ze zei een beetje snibbig:
‘k Heb geeneens een boterham
voor het kindje Wim-Wam,
molentje, ga draaien!
Dadelijk, versta je!

Toen ging het molentje hard draaien, en de molenaar
ging hard malen en de bakkersbaas ging hard bakken
en het kindje Wim-Wam kreeg … hap … een kadetje!

En waar is dan de molenaar? Hij zit daar in de molen.
Hij zit daar met een kleur als vuur, die arme man, en ach,
Hij schaamt zich zo, hij schaamt zich zo, hij zit daar weggescholen,
En enkel als je ’t blaadje omslaat, komt hij voor de dag.

Annie M.G. Schmidt

WIND

O wind, die mij onwetend houdt
van wat de dag in zich verbergt
aan duister goud, het is niet erg.
als ik maar in mijn handen houd
uw goddelijke waaien
om door het haar te aaien
van deze vrouw;
als ik met lied op lied herstel
uw altijd dwingender bevel,
leeg en bereid te liggen onder
uw stem, om stem te vinden zonder
ander gerucht, dat hinderen zou
dan ’t fluisteren van deze vrouw.

Gerrit Achterberg

 

© Voor reactie en informatie: E-mail: info@artidelflandiae.nl