| |
Het leven van Hubert Korneliszoon Poot (1689-1733)
Hubert Korneliszoon Poot werd op 29 januari 1689 in
Abtswoude geboren, op een boerderij net buiten de huidige
stedelijke bebouwing van de Delftse wijk Tanthof. In de
zeventiende eeuw viel dit gebied onder het gerecht van het
ambacht Hof van Delft. Kerkelijk behoorde een groot deel van
Abtswoude bij Schipluiden, waar Hubert in de hervormde kerk werd
gedoopt. Hij groeide op in een niet onbemiddeld agrarisch
milieu. Zijn ouders stuurden hem naar de boerenschool van
Schipluijsch ABC, bovendien kreeg hij gelegenheid om viool te
spelen, te tekenen en te lezen. Na zijn schooltijd was hij
werkzaam op het boerenbedrijf van zijn vader. |
| Door de rederijkerskamers van Schipluiden en Kethel kwam de
jonge Poot al vroeg in aanraking met de dichtkunst. Hij bezocht
de kermis en de refereinfeesten in beide dorpen, waar de
plaatselijke rederijkers optraden. Gelukkig keerde hij zich vrij
snel af van deze groepen 'verzenmakers'. Begunstigers in zijn
omgeving moedigden hem aan zich te verdiepen in de dichtwerken
van Hooft en Vondel. De studie en de schrijfkunst gingen echter
moeilijk samen met het werk op het land. Toen Poot later
bemerkte dat zijn faam voor een deel verklaarbaar was uit zijn
agrarische afkomst, benadrukte hij bewust de band met de
boerenarbeid. 'Boerezang valt zoet', merkte hij zelf op, maar
zijn bekende gedicht 'Hoe genoeglyk rolt het leven des gerusten
lantmans heen…' was meer in overstemming met de gedachten van
de stedeling dan met die van een achttiende-eeuwse boer. |

|
|
In 1716 verscheen de gedichtenbundel 'H.K. Poots'
Mengeldichten'. De publicatie van dit boek wordt nog steeds een
belangrijke gebeurtenis genoemd in de literatuurgeschiedenis van
de achttiende eeuw. Het vernieuwende in de bundel bestaat vooral
uit de wijze waarop Poot zijn natuurimpressies heeft
weergegeven. Hoewel zijn werk doorspekt is met klassieke
motieven, ontmoet de lezer toch menigmaal het weidelandschap van
Abtswoude. De uitgave had veel succes en beleefde meerdere
herdrukken. Veel schrijvende tijdgenoten erkenden zijn
betekenis; de 'dichtende boer' werd beroemd!
|
| In 1722 kwam zijn eerste grote dichtbundel uit bij de Delftse
drukker Boitet. Later volgden nog twee bundels, namelijk in 1728
en 1735. Een poging van Poot om zich als beroepsschrijver
permanent in Delft (1723) te vestigen mislukte. Hij werkte daar
voor Boitet en verzorgde de uitgave van dichtbundels van andere
schrijvers. Ook begon hij aan de bewerking van 'Het Groot
Natuur- en Zedekundigh Werelttoneel'. Hij moest de tekst van dit
driedelige boek in zuiver Nederlands omzetten. Poot raakte in
Delft echter aan de drank en werd depressief, daarom keerde hij
terug naar zijn ouderlijke woning in Abtswoude. |

|
| De laatste tien jaar van zijn leven verliepen niet bijzonder
voorspoedig. Poot twijfelde aan zijn geloofsopvattingen, hij
bleef zwaarmoedig en zijn gezondheid ging achteruit. In 1732
trouwde hij met Neeltje 't Hart, dochter van de burgemeester van
's-Gravenzande. Zij vestigden zich op de hoek van de Jacob
Gerritstraat en de Oude Langendijk in Delft en dreven samen een
tabakswinkel. In 1733 stierf na dertien dagen hun dochtertje
Jacoba. Na een kort ziekbed overleed Poot in hetzelfde jaar op
Oudejaarsdag; hij werd begraven in de Oude Kerk.
Van 23 september 2006 tot 15 januari 2007 is in het Museum
Het Tramstation de expositie te zien: 'Boerezang valt zoet'.
Het leven en werk van de dichter Hubert Korneliszoon Poot
(1689-1733). Er wordt zowel aandacht besteed aan zijn
dichtwerken als aan zijn agrarische bezigheden en het landschap
van Midden-Delfland. |
|
|