| |
|

|
In het voetspoor van de dichter Poot (fiets- en wandelroute)
Hubert Korneliszoon Poot werd op 29 januari
1689 in Abtswoude geboren. In 1716 verscheen zijn eerste
dichtbundel, die hem op slag beroemd maakte. Aanvankelijk
combineerde hij de arbeid op de boerderij met de dichtkunst. In
1732 vestigde hij zich definitief in Delft, waar hij op 31
december 1733 stierf. De inspiratie voor de dichtkunst haalde
Poot uit de wereld van de klassieken, maar ook uit het landschap
van Midden-Delfland. De route (kaart onderaan) die is uitgezet,
voert de wandelaar of fietser langs plaatsen die door de dichter
veelvuldig zijn bezocht. Lengte ca. 10 km. |
1. Dorpskerk en school (nu Het Anker) in Schipluiden
De kerk van Schipluiden speelde een belangrijke rol in het
leven van Poot. Hier werd hij gedoopt en deed hij op 5 juli 1711
belijdenis. 's Zondags ging hij met zijn ouders en zusters naar
de hervormde kerk (nu dorpskerk). Vermoedelijk is de jonge Poot
verliefd geweest op Sara van Elzen, de dochter van de dominee.
Naar aanleiding van het overlijden van deze predikant schreef
hij in maart 1714 een 'Lijkklagt'. Poot typeerde ''t Schipluisch
ABC' als een boerenschool. In een biografisch gedicht schrijft
hij "De meester was niet quaet, maar het leren stont my
tegen." In werkelijkheid was hij een vlijtige leerling en
hield hij zich ook bezig met tekenen en viool spelen. Hij
schreef later voortreffelijk Nederlands.
2. De Vergulde Valck
Naast de kerk - op het huidige pleintje met de
fietsenstalling - stond de herberg 'Het Wapen van Schipluiden'.
Hier vergaderde het ambachtsbestuur en trokken de boeren uit
Abtswoude en Zouteveen hun lakense pak aan, wanneer ze de
kerkdienst bezochten. Voorbij de Valbrug ligt nog altijd 'De
Vergulde Valck', een café waar Poot voor het eerst kennis
maakte met de dichtkunst. Het is bekend dat de rederijkers van
Schipluiden in deze herberg bijeenkwamen. Hun rederijkerskamer
heette''t Rosmareyn', een naam die aan de nieuwe woonwijk achter
de Dorpsstraat is verbonden. Op het pleintje voor 'De Vergulde
Valck' werd de jaarlijkse kermis gehouden en lazen de
rederijkers hun gedichten voor. In de periode dat Poot deze
plaats bezocht, telde Schipluiden een aantal ontwikkelde
jongeren van voorname ouders, zoals de schout en de procureur,
die elkaar stimuleerden in het dichten.
3. Keenenburg
Achter de plaatselijke supermarkt bevindt zich een
gereconstrueerd deel van het kasteel Keenenburg. Hoewel de kerk
de rederijkersfeesten verbood, knepen de ambachtsheer en
ambachtsvrouwe van Schipluiden, die op dit kasteel woonden, een
oogje dicht. Er zijn zelfs aanwijzingen dat er op het
kasteelterrein optredens van de rederijkers uit de omgeving
plaatsvonden. In het Museum Het Tramstation is permanent een
expositie te zien over de Keenenburg. Poot heeft geen directe
relatie gehad met de bewoners van dit kasteel. Wel kreeg hij al
vroeg contact met andere rijke families uit de omgeving, zoals
Willem van Vlaerdingerwout, die hem dichtbundels van Hooft,
Vondel en vertaalde klassieke schrijvers ten geschenke gaf.
4. Zuidkade
Via de Keenenburgerweg en een stukje Zouteveenseweg wordt de
Zuidkade bereikt, een dijk die de Kerkpolder en de
Zouteveensepolder scheidt. Poot vertelt dat hij dagelijks met
andere boerenkinderen over deze - toen nog onverharde - dijk
naar school liep. Op zondag gebruikte de gehele familie vaak
deze route om naar de kerk van Schipluiden te gaan. Halverwege
de kade ligt temidden van de weilanden een bosgebied, waarin
zich de eendenkooi van Schipluiden bevindt. Deze kooi dateert
uit de zestiende eeuw en wordt gevoed door de Keen. Dit water is
nu niet meer dan een sloot, maar in de tijd van Poot lag de kooi
aan een natte strook land, dat oorspronkelijk deel uitmaakte van
de Keen. Na de passage van het zandlichaam van de A4 en de
Tanthofkade wordt het onverharde pad naar rechts gekozen. De
Tanthofkade is een twaalfde-eeuwse oude waterkering, die de
Abtswoudsepolder moest beschermen tegen wateroverlast vanuit het
gebied van Schipluiden en Zouteveen. |
|

De Zuidkade en Tanthofkade (nabij de eerste
groep bomen) en rechts de boerderij van Hubert Korneliszoon
Poot, ca. 1980.
|
5. Boerderij van Poot
Op de voormalige boerderijplaats van Poot staat nu een
landhuis, temidden van een relatief jonge beplanting. Hoe anders
was deze situatie in de tijd van Poot. De boerderij die aan het
eind van de vorige eeuw werd gesloopt, bevatte nog bouwsporen
uit de tijd van de dichter. Het was een middelgrote boerderij
met een stal voor maximaal veertig koeien en enkele bijgebouwen,
waaronder twee hooibergen. Poot vertelt dat zijn vader een
gemengd bedrijf had. Op de hoger gelegen delen van de Abtswoudse
Polder vond akkerbouw plaats. Het erf was beplant met een aantal
hoge bomen en enkele windsingels. Langs de laansloten en enkele
sloten tussen de boerderij en de Tanthofkade stonden knotwilgen.
Vanuit de boerderij waren de torens van de Oude en de Nieuwe
Kerk van Delft en het kerktorentje van Schipluiden goed waar te
nemen. Poot schrijft prachtig over de stilte van de avonden en
nachten in Abtswoude.
De zuster van de zon
Liet op Endymion
Haer minnende oogen dalen.
't Was nacht toen zy hem zagh;
Maer heur gezicht schoot stralen
Trots Febus overdagh. (de zon)
Men hoorde mensch noch dier,
Geloei van koe noch stier,
Gerucht in velt noch kolken.
Het weer was zonder wint,
De hemel zonder wolken,
Diane mingezint.
De stad Delft is inmiddels erg dichtbij gekomen en delen van
het weidelandschap zijn ingericht als natuurgebied en voorzien
van paden voor recreanten.
6. Abtswoudseweg
Nummer 46 is de laan die naar het oorspronkelijke erf van de
dichter Poot loopt. Kerkelijk viel Abtswoude onder Schipluiden,
maar burgerlijk behoorde een groot deel van dit poldergebied in
de tijd van Poot bij het ambacht Hof van Delft. Hubert heeft de
route naar Kethel via de Abtswoudseweg en Harreweg regelmatig
gebruikt. Aanvankelijk woonden zijn vader en moeder in Kethel.
Hun eerste kind werd in de kerk van dit dorp begraven. De jonge
Poot bezocht in Kethel eveneens de rederijkersfeesten. Onderweg
passeerde hij de boerderij van zijn oom Pieter Huijbrechtsz.
Poot (Abtswoudseweg 62), die een kelder met kruisgewelven heeft.
De brug nabij deze boerderij wordt op oude kaarten 'Pootenheul'
genoemd en de aangrenzende sloot 'Pootensloot'.
7. Oostveenseweg
Aan het eind van de zestiende eeuw komt in dit gebied reeds
de familienaam Poot voor. Van oorsprong was het een welgeboren
geslacht, dat een eigen familiewapen voerde: een bebladerde
jonge boom (een poot), vergezeld van drie sterren. Vanwege zijn
afkomst en de faam die hij met zijn dichtkunst had bereikt, werd
Hubert Korneliszoon Poot toegelaten in de Hoge Vierschaar van
Delfland. Dit rechterlijke college sprak recht in de
Waterslootse Poort te Delft. Als de familie Poot met het rijtuig
naar de kerk ging, volgde ze de Oostveenseweg. De hoefsmid werd
zowel in Kethel als in Schipluiden bezocht. Voor de kleermaker
gingen de bewoners van Abtswoude gewoonlijk naar Delft. Bij de
Kapel, op de viersprong, stond tot 1719 de voormalige
rooms-katholieke kapel, die na de Reformatie als school werd
ingericht. Hier genoten vooral katholieke kinderen onderwijs.
Het niveau was lager dan van de school die Poot in Schipluiden
bezocht. |
|

De Oostveenseweg nabij de Kapel in Zouteveen.
|
8. Willemoordseweg
Hieraan ligt boerderij 'Meerzicht', die in de achttiende eeuw
ook wel met de naam 'Keizerhof' werd aangeduid. Het oudste deel
van deze boerderij dateert uit 1609. Het is een typisch
Midden-Delflandse boerderij met een authentiek voorhuis en een
grote koeienstal. Hier woonde tot de jaren zestig van de vorige
eeuw leden van het geslacht Poot; zij pachtten de boerderij van
de familie Van Voorst tot Voorst. De namen Huib of Huijbrecht
komen veelvuldig voor in de familie Poot.
|
|

Boerderij 'Meerzicht', aquarel van J. Verheul
Dzn., 1928. Voor de boerderij staat Martinus Poot.
|
De meeste boerderijen van Zouteveen en Abtswoude waren in de
tijd van Poot bezit van de boeren zelf. De boterbereiding op de
boerderijen was lucratief vanwege de aanwezigheid van een aantal
steden in de omgeving. Voor de afvoer naar de markt werd zowel
paard en wagen als de schuit gebruikt. In het gedicht
'Akkerleven' bezingt Poot het platteland.
Toon my dan, o arme stadt,
Zulk een' wellust, zulk een' schat.
Welige akkers, groene boomen,
Malsch weiden, dartel vee,
Nieuwe boter, zoete mee,
Klaere bronnen, koele stroomen,
Frissche luchten: overvloet
Maekt het buitenleven zoet.
De Willemoordseweg werd oorspronkelijk 'Gatweg' genoemd. De
weg liep naar het buurtschap ''t Gat' (een afgelegen plaats) aan
de Vlaardingervaart. Nog altijd ligt hier een kleine groep
panden, waaronder Café Vlietzicht. In de zestiende eeuw was
hier al sprake van een herberg. Het uitzicht op de Vlieten is in
de afgelopen eeuwen nauwelijks veranderd.
9. Rechthuis van Zouteveen
Richting Schipluiden staat naast het oude Slinkslootgemaal,
dat in 1884 een drietal windwatermolens verving, het rechthuis
van Zouteveen. Het pand werd in het midden van de zeventiende
eeuw gebouwd. In tegenstelling tot de Hoge Vierschaar van
Delfland deden de gezworenen van Zouteveen alleen uitspraken in
kleine civiele zaken, zoals schulden en lichte vergrijpen.
Herhaaldelijk traden hier mannelijke leden van het geslacht Poot
als gezworene of schepen op. Zouteveen was tot 1855 een
zelfstandige gemeente. Het rechthuis was tot die tijd ook de
plaats om een geboorte, huwelijk of overlijden aan te geven.
Daarnaast kon men hier lange tijd terecht voor een borreltje of
een beker melk. Deze plaats wordt ook wel 't'Schou' genoemd,
omdat hier een overzetveer was. De paarden en reizigers werden
met een platte schuit (een schouw) overgezet naar de andere
zijde van de vaart.
10. Vlaardingsekade
Op een tweetal plaatsen bevindt zich langs de oude kade een
verlaten molenwerf. Op de eerste, nabij het rechthuis, stond tot
1884 de Buijkslootmolen en op de tweede de Noortmolen. Het waren
molens met een vlucht van ruim 27 meter. Naast de molens
bevonden zich lange tijd windassen, een soort overhalen, waarmee
de schuitjes van de boeren over de kade werden getrokken naar de
Vlaardingervaart of de molensloot. De kade werd van 1645 tot het
eind van de negentiende eeuw gebruikt als jaagroute voor de
trekschuit. Er was zowel een geregelde dienst op Maassluis als
op Vlaardingen. Poot was een goede bekende van de dichters
Pieter en Hendrik Schim in Maassluis en zal zeker van deze
trekschuitroute gebruik gemaakt hebben. Onder de trambrug van
Schipluiden loopt nog het bestrate pad voor de jaagpaarden. In
de bocht erna staan twee rollepalen, waarlangs de jaaglijn liep,
zodat de schuiten niet tegen de kant werden getrokken. In het
dorp bevindt zich nog altijd de Paardenbrug, waarover de paarden
naar de kade of weg werden geleid. In de tijd van de dichter
Poot heette deze brug "Statsbrugge', omdat de stad Delft
voor het onderhoud zorgde.
Hier eindigt de wandeling of fietstocht 'In
het voetspoor van de dichter Poot'.
|
|

Routekaart 'In het voetspoor van de dichter Poot'; streepjeslijn
alleen voor wandelaars!
|
| Deze wandel- of fietsroute is uitgegeven bij
gelegenheid van het programma 'Rondom Poot´, een samenwerking
van de Historische Vereniging Oud-Schipluiden, Arti Delflandiae
en Cult Royale. Centraal staat de expositie 'Boerenzang
valt zoet' in Museum Het Tramstation, over het leven en werk
van de dichter Hubert Korneliszoon Poot (1689-1733). Zie voor
meer informatie over het programma: www.artidelflandiae.nl.
Tekst: Jacques Moerman, voorzitter van de Historisch
Vereniging Oud-Schipluiden.
Lay-out: Flip van der Eijk, Arti Delflandiae.
September, 2006 |
|
|